Steinlog

Vraag de Wet

Moet elke inschrijver een UEA indienen?

Beantwoord op 2026-09-02

Ja, de aanbestedende dienst verlangt van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring (UEA) indient (NL-AANBW-2012-art-2-85-lid-1). Dit is de nationale omzetting van artikel 59 Richtlijn 2014/24/EU; het standaardformulier wordt rechtstreeks voorgeschreven door Uitvoeringsverordening (EU) 2016/7. Dezelfde verplichting geldt onder NL-AANBW-2012-art-2-39-lid-3 en NL-AANBW-2012-art-1-19-lid-1 wanneer uitsluitingsgronden of geschiktheidseisen worden gesteld.

Bronnen

Aanbestedingswet 2012 — Artikel 2.85, lid 1

Artikel 2.85, lid 1. De aanbestedende dienst verlangt van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving met gebruikmaking van het daartoe vastgestelde model een eigen verklaring indient en geeft daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

Officiële bron

Richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten (Nederlandse tekst) — Art. 59

Art. 59. [1/5] Artikel 59. 1. Op het ogenblik van de indiening van de verzoeken tot deelname of de inschrijvingen, aanvaarden de aanbestedende diensten — als voorlopig bewijs ter vervanging van door overheidsinstanties of derden afgegeven certificaten die bevestigen dat de betrokken ondernemer aan alle volgende voorwaarden voldoet — het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA), bestaande uit een bijgewerkte eigen verklaring: a) hij bevindt zich niet in een van de situaties als bedoeld in artikel 57, waardoor ondernemers kunnen of moeten worden uitgesloten; b) hij voldoet aan de toepasselijke selectiecriteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 58; c) hij voldoet, indien van toepassing, aan de objectieve regels en criteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 65. Indien de ondernemer overeenkomstig artikel 63 een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten bevat het UEA ook de in de eerste alinea van dit lid genoemde gegevens ten aanzien van die entiteiten. Het UEA bestaat uit een formele verklaring van de ondernemer dat de betrokken grond tot uitsluiting niet van toepassing is en/of dat aan het selectiecriterium is voldaan en bevat de relevante informatie die door de aan

Art. 59. [2/5] betrokken grond tot uitsluiting niet van toepassing is en/of dat aan het selectiecriterium is voldaan en bevat de relevante informatie die door de aanbestedende dienst wordt verlangd. Voorts vermeldt het UEA welke overheidsinstantie of derde verantwoordelijk is voor het vaststellen van de bewijsstukken en bevat zij een formele verklaring dat de ondernemer in staat zal zijn om op verzoek en onverwijld die bewijsstukken te leveren. Indien de aanbestedende dienst het bewijsstuk rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een databank conform lid 5, bevat het UEA ook de daartoe vereiste informatie, zoals het internetadres van de databank, alle identificatiegegevens en, in voorkomend geval, de benodigde verklaring van instemming. Ondernemers kunnen het reeds in een vorige aanbestedingsprocedure gebruikte UEA opnieuw gebruiken, mits zij bevestigen dat de daarin opgenomen gegevens nog steeds correct zijn. 2. Het UEA wordt opgesteld op basis van een standaardformulier. De Commissie stelt dat standaardformulier op door middel van uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. Het UEA wordt u

Art. 59. [3/5] uitvoeringshandelingen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 89, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. Het UEA wordt uitsluitend in elektronische vorm verstrekt. 3. Niettegenstaande artikel 92 evalueert de Commissie de resultaten van het gebruik van het UEA, daarbij rekening houdend met de technische ontwikkeling van databanken in de lidstaten en het verslag dat het Europees Parlement en de Raad daarover drie jaar na de vaststelling van de richtlijn uiterlijk op 18 april 2017 zullen opstellen. De Commissie zal in voorkomend geval voorstellen doen om de grensoverschrijdende toegang tot deze databanken en het gebruik van certificaten en getuigschriften in de interne markt te optimaliseren. 4. Een aanbestedende dienst kan inschrijvers en gegadigden tijdens de procedure te allen tijde verzoeken de vereiste ondersteunende documenten geheel of gedeeltelijk in te dienen wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure. Vóór de gunning van de opdracht, verzoekt de aanbestedende dienst, behalve voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 33, lid 3, of artikel 33, lid 4, onder a), gesloten raamovereenkomsten, de ins

Art. 59. [4/5] t, behalve voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 33, lid 3, of artikel 33, lid 4, onder a), gesloten raamovereenkomsten, de inschrijver die zij heeft besloten de opdracht te gunnen de actuele ondersteunende documenten overeenkomstig artikel 60 en, in voorkomend geval, artikel 62 over te leggen. De aanbestedende dienst kan ondernemers verzoeken de overeenkomstig de artikelen 60 en 62 ontvangen certificaten aan te vullen of te verduidelijken. 5. Niettegenstaande lid 4 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten of andere bewijsstukken over te leggen indien en voor zover de aanbestedende dienst de certificaten of de relevante informatie rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een gratis toegankelijke nationale databank in elke lidstaat, zoals een nationaal aanbestedingsregister, een digitaal bedrijfsdossier, een systeem voor digitale documentopslag of een voorselectiesysteem. Niettegenstaande lid 4 zijn ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten over te leggen indien de aanbestedende dienst die de opdracht heeft gegund of die de raamovereenkomst heeft gesloten, deze documenten reeds heeft. Voor de toepassing van de ee

Art. 59. [5/5] aanbestedende dienst die de opdracht heeft gegund of die de raamovereenkomst heeft gesloten, deze documenten reeds heeft. Voor de toepassing van de eerste alinea zien de lidstaten erop toe dat de databanken die relevante informatie over ondernemers bevatten en die door hun aanbestedende diensten kunnen worden geraadpleegd, ook kunnen ook worden geraadpleegd, onder dezelfde voorwaarden, door de aanbestedende diensten van andere lidstaten. 6. De lidstaten zorgen voor een volledige en geactualiseerde lijst van databanken met relevante informatie over ondernemers in e-Certis, die door de aanbestedende overheden van andere lidstaten kan worden geraadpleegd. De lidstaten stellen andere lidstaten op verzoek alle informatie in verband met de in dit artikel bedoelde databanken ter beschikking.

Officiële bron

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/7 houdende een standaardformulier voor het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA, Nederlandse tekst) — Art. 1

Art. 1. Artikel 1. Met ingang van het moment waarop de nationale maatregelen ter uitvoering van Richtlijn 2014/24/EU van kracht worden, en uiterlijk met ingang van 18 april 2016 wordt het in bijlage 2 bij deze verordening opgenomen standaardformulier gebruikt voor het opstellen van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument als bedoeld in artikel 59 van Richtlijn 2014/24/EU. De instructies voor het gebruik van het UEA zijn vermeld in bijlage 1 bij deze verordening.

Officiële bron

Dit antwoord is automatisch door AI gegenereerd op basis van fragmenten uit de Steinlog-index. Het is algemene informatie en geen juridisch advies; het kan onvolledig, onjuist of verouderd zijn en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Controleer altijd de officiële bron en raadpleeg voor een definitief oordeel over uw specifieke situatie een advocaat of aanbestedingsjurist.

Van één vraag naar de hele aanbesteding

Dit was één vraag aan de wet. X-Ray stelt dezelfde vraag aan álle documenten van jouw aanbesteding.

Probeer gratis