Vraag de Wet
Hoeveel inschrijvers nodigt een aanbestedende dienst volgens de Gids Proportionaliteit uit bij een meervoudig onderhandse procedure onder de Europese drempel?
Volgens de Gids Proportionaliteit (pas-toe-of-leg-uit-instrument) nodigt de aanbestedende dienst bij een meervoudig onderhandse procedure onder de Europese drempel ten minste drie en ten hoogste vijf inschrijvers uit tot het doen van een inschrijving (Voorschrift 3.4 B). De wet en AMvB gaan voor; de Gids mag gemotiveerd worden afgeweken. Dezelfde bandbreedte (3-5) staat ook in ARW 2016 art. 7.1.1, maar de vraag vraagt specifiek naar de Gids.
Bronnen
Gids Proportionaliteit (3e herziening, 2022) — Voorschrift 3.4 B
Voorschrift 3.4 B. [1/23] Bij een meervoudig onderhandse procedure onder de Europese aanbestedingsdrempel nodigt de aan bestedende dienst ten minste drie en ten hoogste vijf inschrijvers uit tot het doen van een inschrijving. Is sprake van een meervoudig onderhandse procedure onder de drempel, dan is het over het algemeen gebruikelijk en ook voldoende, om tussen 3 en 5 ondernemers hiervoor uit te nodigen. Meer ondernemers uitnodigen betekent dat er ook meer aan het werk gezet worden om een offerte te maken, hetgeen de transactiekosten verhoogt. Los van deze algemene kaders blijft het uiteraard belangrijk om altijd te kijken naar de concrete situatie. Voor de keuze van De aanbesteding van een regulier asfaltebijvoorbeeld een leverancier van een zeer ringswerk op basis van een (traditioneel) eenvoudig te definiëren product, waar vele Standaard RAW-bestek waarbij wordt gegund aanbieders voor zijn, kan het goed zijn, dat op de laagste prijs leent zich eerder voor een je drie ondernemers uitnodigt (meervoudig openbare procedure. Ook al zijn er relatief onderhands) en zonder vereisten gunt op veel aanbieders in deze markt: door de laagste prijs. Bij een aanbesteding van bijsterk gestandaardi
Voorschrift 3.4 B. [2/23] relatief onderhands) en zonder vereisten gunt op veel aanbieders in deze markt: door de laagste prijs. Bij een aanbesteding van bijsterk gestandaardiseerde wijze van offertevoorbeeld een complex of een zeer gevoelig uitvraag is de inspanning die van potentiële liggend product of dienst (bijvoorbeeld inschrijvers wordt gevraagd beperkt. In geval bedrijfsgezondheidszorg), kunnen wellicht van een vraagspecificatie waarbij een reconmeer ondernemers worden uitgenodigd structie van een weg door middel van een of kan een openbare aanbesteding worden ‘design en constructcontract’ innovatie in de gehouden, en kunnen naast de prijs andere, markt wordt gezet, zal het dan weer eerder misschien nog wel belangrijkere, criteria voor de hand liggen te kiezen voor een nietworden gehanteerd. Bij het kiezen voor openbare procedure. een openbare procedure dient te worden gerealiseerd dat de transactiekosten over het algemeen aanmerkelijk hoger liggen, onder andere doordat meerdere inschrijvers De architectenbranche is een branche met dezelfde (inschrijf )kosten maken. Wanneer een relatief groot aantal aanbieders. In deze voor een openbare danwel niet-openbare branche is het dan ook
Voorschrift 3.4 B. [3/23] dezelfde (inschrijf )kosten maken. Wanneer een relatief groot aantal aanbieders. In deze voor een openbare danwel niet-openbare branche is het dan ook gebruikelijk om een procedure wordt gekozen is het belangrijk niet-openbare procedure toe te passen, om in te schatten hoeveel inschrijvers/ waarbij in de eerste fase de inspanningen gegadigden er zich ongeveer op de betrefvan gegadigden beperkt zijn, en pas in fende markt bevinden die geïnteresseerd de tweede fase van de aanbesteding een zouden kunnen zijn in deze opdracht. beperkt aantal (meestal 5) partijen gevraagd Zijn dat er minder dan circa 10, dan kan het wordt om een nadere uitwerking te geven verdedigbaar zijn om een openbare aanbeop basis waarvan uiteindelijk de opdracht steding te doen, maar andere procedures wordt gegund. blijven uiteraard ook een optie. Gids Proportionaliteit | 1 januari 2022 | 33 Zijn het er (veel) meer dan 10 en/of is sprake van een bijzondere inspanning voor de potentiële inschrijvers (bijvoorbeeld de uitwerking van een ontwerp), dan kan de inspanning die een inschrijver moet leveren om een offerte uit te brengen, versus de kans dat hij de opdracht gegund krijgt uit balans raken.
Voorschrift 3.4 B. [4/23] kan de inspanning die een inschrijver moet leveren om een offerte uit te brengen, versus de kans dat hij de opdracht gegund krijgt uit balans raken. Hierdoor kan het zijn dat veel potentiële inschrijvers/gegadigden afhaken en dat is ook niet in het belang van de aanbestedende dienst. In een dergelijk geval ligt een niet-openbare procedure meer in de rede. Het is daarbij overigens zonder meer toegestaan om méér dan 5 gegadigden door te laten gaan naar de tweede fase van de niet-openbare aanbestedingsprocedure, maar ook hier dienen de baten en lasten goed tegen elkaar te worden afgewogen. Wat hierbij proportioneel is, kan per branche verschillen. Voor wat betreft de selectie: zie ook §3.5.3. 3.4.3 Minder gangbare procedures Naast de algemeen bekende procedures voorziet de regelgeving voor specifieke situaties, onder nader omschreven voorwaarden, in toepassing van andere procedures, zoals de concurrentiegerichte dialoog, de mededingingsprocedure met onderhandeling, de procedure van het innovatiepartnerschap, de procedure voor sociale en andere specifieke diensten8, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag. De keuze voor een dergelijke procedure wordt met name
Voorschrift 3.4 B. [5/23] ure voor sociale en andere specifieke diensten8, het dynamisch aankoopsysteem en de prijsvraag. De keuze voor een dergelijke procedure wordt met name ingegeven door de wens van de aanbestedende dienst om inbreng over mogelijke oplossingsrichtingen uit de markt te genereren en wordt dan ook pas na een gedegen afweging ingezet. De procedure van de concurrentiegerichte dialoog, de mededingingsprocedure met onderhandeling of de procedure van het innovatiepartnerschap kan toegepast worden als er niet kan worden voorzien in de behoefte van de aanbestedende dienst zonder aanzienlijke aanpassing van gemakkelijk beschikbare oplossingen, dan wel omdat het een innovatieve oplossing betreft die nog niet in de markt beschikbaar is. Het objectief en transparant doorlopen van deze procedures vraagt een zwaardere inspanning van zowel de aanbestedende dienst als marktpartijen dan de gangbare procedures. Het voorwerk voor een aanbesteding (het schrijven van de uitgangspunten en de te realiseren doelstellingen) blijft hetzelfde, maar de procedure op zich kent een langere doorlooptijd en vraagt naast (soms tijdrovend) overleg met marktpartijen ook een uitgebreide en gedegen verslag
Voorschrift 3.4 B. [6/23] de procedure op zich kent een langere doorlooptijd en vraagt naast (soms tijdrovend) overleg met marktpartijen ook een uitgebreide en gedegen verslag legging. Dit leidt tot hogere transactiekosten die disproportioneel kunnen zijn. In veel gevallen volstaat een marktanalyse of –consultatie om bepaalde informatie te verkrijgen. De elektronische veiling is niet een proces dat lichtvaardig kan worden ingezet. Het systeem van uiteindelijke prijsvorming wijkt immers nadrukkelijk af van de inschrijving op basis van een reguliere aanbestedingsprocedure. De focus ligt bij een veiling vaak nadrukkelijk op de prijs. Daarin schuilt vervolgens een gevaar. Bij elektronische veilingen blijven in de praktijk helaas nogal eens allerlei verborgen kosten buiten beschouwing, hetgeen de uiteindelijke prijstechnische uitkomst van een veiling zowel voor de aanbestedende dienst als voor de inschrijvers zeer onvoordelig kan maken. Zo kunnen mogelijk forse besparingen door het aandragen van slimme oplossingen niet worden meegenomen. In de meeste gevallen ligt de keuze voor het hanteren van een andere dan de openbare of niet-openbare procedure dus niet voor de hand. 3.4.4 Procedureregels
Voorschrift 3.4 B. [7/23] eeste gevallen ligt de keuze voor het hanteren van een andere dan de openbare of niet-openbare procedure dus niet voor de hand. 3.4.4 Procedureregels Mede vanuit het oogpunt van proportionaliteit wordt het wenselijk geacht om wanneer eenmaal voor een procedure is gekozen de daarvoor vastgestelde procedureregels te volgen. In dit kader wordt onder andere verwezen naar het Aanbestedingsreglement Werken, dat bij algemene maatregel van bestuur als richtsnoer voor de aanbesteding van werken is aangewezen. Het gaat bij dit aanbestedingsreglement nadrukkelijk om een spoorboekje voor het doorlopen van een procedure, beginnend bij de aankondiging en eindigend met een algemene geschillenbepaling. De verschillende procedures, zoals de openbare en de meervoudig onderhandse 8 Alleen die diensten die zijn opgenomen in bijlage XIV van de richtlijn. 34 | Gids Proportionaliteit | 1 januari 2022 procedure zijn daarbij voor alle duidelijkheid elk afzonderlijk uitgeschreven. Alle keuzes die binnen deze procedures gemaakt moeten worden, zoals concrete invulling van de eisen, moeten daarbij door de aanbestedende dienst echter nog gemaakt worden. Deze Gids biedt voor de gewenste propor
Voorschrift 3.4 B. [8/23] zoals concrete invulling van de eisen, moeten daarbij door de aanbestedende dienst echter nog gemaakt worden. Deze Gids biedt voor de gewenste proportionele invulling de benodigde kaders. 3.5 Eisen & criteria In de hierna volgende paragrafen wordt nader ingegaan op uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen, selectiecriteria en gunningscriteria. In de praktijk blijkt over deze begrippen nog wel eens verwarring te bestaan. Vooruitlopend op de bespreking van de proportionele invulling c.q. toepassing van deze eisen en criteria dient dan ook het navolgende. 1. Uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria zien op de kwalitatieve beoordeling van inschrijvers (in een openbare procedure) dan wel gegadigden (in een niet-openbare procedure). a. uitsluitingsgronden: zien op omstandigheden die de inschrijver/gegadigde zelf betreffen en in het algemeen uitsluiting van deelname aan een aanbesteding kunnen rechtvaar digen (§ 3.5.1); b. geschiktheidseisen: zien op eisen waaraan een inschrijver/gegadigde bij een concrete aanbesteding minmaal dient te voldoen om voor gunning in aanmerking te komen (§ 3.5.2); c. selectiecriteria: zien op eisen die een aanbestedend
Voorschrift 3.4 B. [9/23] crete aanbesteding minmaal dient te voldoen om voor gunning in aanmerking te komen (§ 3.5.2); c. selectiecriteria: zien op eisen die een aanbestedende dienst kan stellen teneinde het aantal gegadigden dat voor uitnodiging tot inschrijving in aanmerking komt te beperken (bij de niet-openbare procedure) (§ 3.5.3). 2. Gunningscriteria zien op de beoordeling van de inschrijvingen. De gunningscriteria worden nader toegelicht in § 3.5.5. 3.5.1 Uitsluitingsgronden Uitsluitingsgronden zien op omstandigheden die de (persoon van de) inschrijver of gegadigde betreffen en diens uitsluiting van deelneming aan een aanbestedingsprocedure kunnen rechtvaardigen. De wet kent boven de Europese aanbestedingsdrempels twee soorten uitsluitingsgronden, te weten verplichte en facultatieve uitsluitingsgronden. Onder de Europese aanbestedings drempels is het stellen van uitsluitinggronden facultatief. Artikel 1.10 (1.13 bevat een overeenkomstige bepaling voor nationale aanbestedingen) 1. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding van en het tot stand brengen van een overheidsopdracht, een speciale-sectoropdracht of een concessieopdracht of het uits
Voorschrift 3.4 B. [10/23] jf stelt bij de voorbereiding van en het tot stand brengen van een overheidsopdracht, een speciale-sectoropdracht of een concessieopdracht of het uitschrijven van een prijsvraag uitsluitend eisen, voorwaarden en criteria aan de inschrijvers en de inschrijvingen die in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht. 2. Bij de toepassing van het eerste lid slaat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in ieder geval acht op: … b. de uitsluitingsgronden; … Gids Proportionaliteit | 1 januari 2022 | 35 3.5.1.1 Verplichte uitsluitingsgronden De verplichte uitsluitingsgronden staan in artikel 2.86 van de wet: Artikel 2.86 1. Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken die bij de aanbestedende dienst bekend is als gevolg van verificatie overeenkomstig de artikelen 2.101, 2.102 en 2.102a dan wel uit anderen hoofde uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure. 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van: a. deelneming aan een criminele organisatie in d
Voorschrift 3.4 B. [11/23] gsprocedure. 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van: a. deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2 van Kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad van 24 oktober 2008 ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit (PbEU 2008, L 300); b. omkoping in de zin van artikel 3 van de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (PbEU 1997, C 195) en van artikel 2, eerste lid, van Kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad van 22 juli 2003 inzake de bestrijding van corruptie in de prive-sector (PbEU 2003, L 192); c. fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (PbEG 1995, C 316); d. witwassen van geld in de zin van artikel 1 van richtlijn nr. 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (PbEG L 1991,L 166) zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG L 2001, 344); e. terroristische misdrijven of strafbar
Voorschrift 3.4 B. [12/23] 166) zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG L 2001, 344); e. terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten in de zin van de artikelen 1, 3 en 4 van Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2003 inzake terrorismebestrijding (PbEU 2002, L 1640); f. kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ (PbEU 2011, L 101). 3. Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver tevens uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien jegens een persoon die lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan of die daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft, een onherroepelijke veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft. 4. Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver voorts uit van deelneming aan
Voorschrift 3.4 B. [13/23] tgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft. 4. Een aanbestedende dienst sluit een gegadigde of inschrijver voorts uit van deelneming aan een aanbestedingsprocedure indien de aanbestedende dienst ervan op de hoogte is dat bij onherroepelijke en bindende rechterlijke of administratieve beslissing overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het land waar de gegadigde of de inschrijver is gevestigd of overeenkomstig nationale wettelijke bepalingen is vastgesteld dat de ondernemer niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of sociale zekerheidspremies. 5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de gegadigde of inschrijver zijn verplichtingen is nage komen door de verschuldigde belastingen of sociale zekerheidspremies te betalen, met inbegrip van lopende rente of boetes indien toepasselijk, of een bindende regeling tot betaling daarvan te treffen. 6. Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 134a, 140, 140a, 177, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b, 273f, 285 derde lid, 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht of v
Voorschrift 3.4 B. [14/23] a, 177, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b, 273f, 285 derde lid, 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht of veroordelingen wegens overtreding van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht, bedoelde misdrijven, indien aan het bepaalde in dat artikel is voldaan. 7. De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uit spraken die in de vijf jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deel neming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden. 36 | Gids Proportionaliteit | 1 januari 2022 Om te voorkomen dat te gemakkelijk tot uitsluiting wordt overgegaan, is rond betalingsgedrag van belastingen en premies een zogenoemde hardheidsclausule vastgelegd in artikel 2.86a. Het is daarbij bijvoorbeeld niet proportioneel een inschrijver uit te sluiten bij een betalingsachterstand van slechts kleine bedragen. Artikel 2.86a 1. De aanbestedende dienst kan afzien van toepassing van artikel 2.86, vierde lid, indien uitsluiting kennelijk onredelijk zou zijn. 2. Van een kennelijk onredelijke uitsluiting als bedoeld in het eerste lid is onder meer sprake: a. indi
Voorschrift 3.4 B. [15/23] n uitsluiting kennelijk onredelijk zou zijn. 2. Van een kennelijk onredelijke uitsluiting als bedoeld in het eerste lid is onder meer sprake: a. indien de gegadigde of inschrijver slechts kleine bedragen aan belastingen of sociale zekerheidspremies niet heeft betaald; b. indien de gegadigde of inschrijver bekend werd met het precieze verschuldigde bedrag tot betaling van belastingen of sociale zekerheidspremies op een tijdstip waarop het hem niet mogelijk was de in artikel 2.86, vijfde lid, bedoelde verplichtingen na te komen of een bindende regeling tot betaling daarvan aan te gaan voor het verstrijken van de termijn voor het indienen van een verzoek tot deelneming of het indienen van een inschrijving. In aanvulling op bovenstaande uitzondering gelden bij de toepassing van de verplichte uitsluitingsgronden ook de artikelen 2.87a en 2.88 die opgenomen zijn onder de facultatieve uitsluitingsgronden. 3.5.1.2 Facultatieve uitsluitingsgronden De facultatieve uitsluitingsgronden staan in artikel 2.87 van de wet: Artikel 2.87 1. De aanbestedende dienst kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een aan bestedingsprocedure op de volgende gronden:
Voorschrift 3.4 B. [16/23] l 2.87 1. De aanbestedende dienst kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een aan bestedingsprocedure op de volgende gronden: a. de aanbestedende dienst toont met elk passend middel aan dat de gegadigde of inschrijver een of meer van de in artikel 2.81, tweede lid, genoemde verplichtingen heeft geschonden; b. de inschrijver of gegadigde verkeert in staat van faillissement of liquidatie, diens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens hem geldt een surseance van betaling of een (faillissements-)akkoord, of de gegadigde of inschrijver verkeert in een andere vergelijkbare toestand ingevolge een soortgelijke procedure uit hoofde van op hem van toepassing zijnde wet- en regelgeving; c. de aanbestedende dienst kan aannemelijk maken dat de inschrijver of gegadigde in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken; d. de aanbestedende dienst beschikt over voldoende plausibele aanwijzingen om te concluderen dat de inschrijver of gegadigde met andere ondernemers overeenkomsten heeft gesloten die gericht zijn op vervalsing van de mededinging; e. een belangenconflict in de zin va
Voorschrift 3.4 B. [17/23] egadigde met andere ondernemers overeenkomsten heeft gesloten die gericht zijn op vervalsing van de mededinging; e. een belangenconflict in de zin van artikel 1.10b kan niet effectief worden verholpen met andere minder ingrijpende maatregelen; f. wegens de eerdere betrokkenheid van de inschrijver of gegadigde bij de voorbereiding van de aanbestedingsprocedure heeft zich een vervalsing van de mededinging als bedoeld in artikel 2.51 voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen; g. de inschrijver of gegadigde heeft blijk gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift van een eerdere overheidsopdracht, een eerdere opdracht van een speciale-sectorbedrijf of een eerdere concessieopdracht en dit heeft geleid tot vroegtijdige beëindiging van die eerdere opdracht, tot schadevergoeding of tot andere vergelijkbare sancties; Gids Proportionaliteit | 1 januari 2022 | 37 h. de inschrijver of gegadigde heeft zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van gronden voor uitsluiting of het
Voorschrift 3.4 B. [18/23] emaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van gronden voor uitsluiting of het voldoen aan de geschiktheidseisen, of heeft die informatie achtergehouden, dan wel was niet in staat de ondersteunende documenten, bedoeld in de artikelen 2.101 en 2.102, ver te leggen; i. de inschrijver of gegadigde heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbestedende dienst onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de aanbestedingsprocedure kan bezorgen, of heeft door nalatigheid misleidende informatie verstrekt die een belangrijke invloed kan hebben op besluiten inzake uitsluiting, selectie en gunning; j. de aanbestedende dienst toont met elk passend middel aan dat de inschrijver of gegadigde niet voldoet aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen of van sociale zekerheidspremies. 2 De aanbestedende dienst betrekt bij de toepassing van: a. het eerste lid, onderdeel a, uitsluitend een schending van de in dat onderdeel bedoelde verplichtingen die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het ver
Voorschrift 3.4 B. [19/23] itend een schending van de in dat onderdeel bedoelde verplichtingen die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving hebben voorgedaan; b. het eerste lid, onderdeel c, uitsluitend ernstige fouten die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving hebben voorgedaan; c. het eerste lid, onderdeel d, uitsluitend beschikkingen als bedoeld in artikel 4.7, eerste lid, onderdelen c en d, die in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag onherroepelijk zijn geworden; d. het eerste lid, onderdeel g, uitsluitend tekortkomingen die zich in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving hebben voorgedaan; e. het eerste lid, onderdeel j, uitsluitend het niet nakomen van de in dat onderdeel bedoelde betalingsverplichtingen die zijn vastgesteld in de drie jaar voorafgaand aan het tijdstip van indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving. 3. Artikel 2.86, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid, onderdeel j, bedoelde geval. Van toepassing
Voorschrift 3.4 B. [20/23] de inschrijving. 3. Artikel 2.86, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op het in het eerste lid, onderdeel j, bedoelde geval. Van toepassing van de (facultatieve) uitsluitingsgronden kan worden afgezien in de gevallen genoemd in 2.87a en 2.88. Artikel 2.87a 1. De aanbestedende dienst stelt een gegadigde of inschrijver waarop een uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 2.86, eerste of derde lid, of artikel 2.87 van toepassing is, in de gelegenheid te bewijzen dat hij voldoende maatregelen heeft genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen. Indien de aanbestedende dienst dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken gegadigde of inschrijver niet uitgesloten. 2. Voor de toepassing van het eerste lid toont de gegadigde of inschrijver aan dat hij, voor zover van toepassing, schade die voortvloeit uit veroordelingen voor strafbare feiten als bedoeld in artikel 2.86 of uit fouten als bedoeld in artikel 2.87 heeft vergoed of heeft toegezegd te vergoeden, dat hij heeft bijgedragen aan opheldering van feiten en omstandigheden door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen hee
Voorschrift 3.4 B. [21/23] standigheden door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafbare feiten of fouten te voorkomen. 3. De aanbestedende dienst beoordeelt de door de gegadigde of inschrijver genomen maatregelen met inachtneming van de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafbare feiten of fouten. Indien de aanbestedende dienst de genomen maatregelen onvoldoende acht, deelt zij dit gemotiveerd mee aan de betrokken gegadigde of inschrijver. 38 | Gids Proportionaliteit | 1 januari 2022 Artikel 2.88 De aanbestedende dienst kan afzien van toepassing van artikel 2.86 of artikel 2.87: a. om dwingende redenen van algemeen belang; b. indien naar het oordeel van de aanbestedende dienst uitsluiting niet proportioneel is met het oog op de tijd die is verstreken sinds de veroordeling en gelet op het voorwerp van de opdracht. De wetgeving geeft vervolgens zelf een handvat voor de te overleggen bewijsmiddelen en wel in artikel 2.89: 1. Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een uittreksel uit het handelsregister, dat op het tijdstip van het indie
Voorschrift 3.4 B. [22/23] en wel in artikel 2.89: 1. Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een uittreksel uit het handelsregister, dat op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan zes maanden, aan tonen dat de uitsluitingsgrond van artikel 2.87, eerste lid, onderdeel b, op hem niet van toepassing is. 2. Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een gedragsverklaring aanbesteden, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan twee jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.86 e n2.87, eerste lid, onderdelen c en d, voor zover het een onherroepelijke veroordeling of een onherroepelijke beschikking wegens overtreding van mededingingsregels betreft, op hem niet van toepassing zijn. 3. Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een verklaring van de belastingdienst, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving, niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 2.86, vierde lid, of artikel 2.87, eerste lid, onderdeel j, niet op hem van toepassing is. 4. Ee
Voorschrift 3.4 B. [23/23] aantonen dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 2.86, vierde lid, of artikel 2.87, eerste lid, onderdeel j, niet op hem van toepassing is. 4. Een aanbestedende dienst aan welke een gegadigde of inschrijver gegevens overlegt ten bewijze dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 2.86 of artikel 2.87, niet op hem van toepassing zijn, aanvaardt ook gegevens en bescheiden uit een andere lidstaat, uit het land van herkomst van de gegadigde of inschrijver of het land waar de gegadigde of inschrijver is gevestigd die een gelijkwaardig doel dienen of waaruit blijkt dat de uitsluitingsgrond niet op hem van toepassing is.
Dit antwoord is automatisch door AI gegenereerd op basis van fragmenten uit de Steinlog-index. Het is algemene informatie en geen juridisch advies; het kan onvolledig, onjuist of verouderd zijn en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Controleer altijd de officiële bron en raadpleeg voor een definitief oordeel over uw specifieke situatie een advocaat of aanbestedingsjurist.