Vraag de Wet
Moet de rechter ambtshalve onderzoeken of een wijziging van een lopende overheidsopdracht wezenlijk is?
De nationale rechter is niet gehouden ambtshalve te onderzoeken of een wijziging van een lopende overheidsopdracht wezenlijk is in de zin van art. 2.163g Aanbestedingswet 2012 (Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1803, r.o. 3.2.3). Noch de Europese richtlijnen (art. 72 lid 1 en 4 Richtlijn 2014/24/EU) noch HvJEU-rechtspraak verplichten daartoe; de rechter hoeft evenmin ambtshalve aan het transparantiebeginsel te toetsen. Art. 2.163g lid 1-3 regelt slechts wanneer een wijziging zonder nieuwe procedure is toegestaan.
Bronnen
Hoge Raad 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1803 (Clear Channel/Gemeente Utrecht) — ECLI:NL:HR:2025:1803, r.o. 3.2.3
ECLI:NL:HR:2025:1803, r.o. 3.2.3. [1/2] Het betoog van Clear Channel dat het hof, ook zonder daarop gerichte feitelijke stellingen van partijen, ambtshalve diende te onderzoeken of het alsnog toestaan van tussentijdse vervanging van een onderaannemer een wezenlijke wijziging is in de zin van art. 2.163g lid 3, aanhef en onder a, Aanbestedingswet, slaagt niet. Art. 2.163g Aanbestedingswet vormt mede de implementatie van art. 43 lid 1 en lid 4 van Richtlijn 2014/23/EU en art. 72 lid 1 en lid 4 van Richtlijn 2014/24/EU. Noch uit deze Europese richtlijnen noch uit rechtspraak van het HvJEU blijkt dat de nationale rechter gehouden is om in een aanbestedingsrechtelijke procedure ambtshalve na te gaan of sprake is van een wezenlijke wijziging van de opdracht als bedoeld in art. 2.163g Aanbestedingswet. Uit rechtspraak van het HvJEU volgt evenmin dat de nationale rechter verplicht is ambtshalve te toetsen aan het transparantiebeginsel. Uit de uitspraak van het HvJEU in de zaak Wall/AG blijkt dat de nationale rechter nationale bepalingen in overeenstemming met de eisen van het recht van de Europese Unie moet uitleggen en daarbij in het bijzonder de nakoming van het transparantiebeginsel dient te
ECLI:NL:HR:2025:1803, r.o. 3.2.3. [2/2] temming met de eisen van het recht van de Europese Unie moet uitleggen en daarbij in het bijzonder de nakoming van het transparantiebeginsel dient te verzekeren. Daaruit is evenwel niet af te leiden dat de nationale rechter art. 2.163g lid 3, aanhef en onder a, Aanbestedingswet ook zonder daarop gerichte feitelijke stellingen van partijen ambtshalve moet toepassen ter verzekering van de nakoming van het transparantiebeginsel. De Hoge Raad ziet geen aanleiding hierover prejudiciële vragen te stellen aan het HvJEU en is daartoe, in aanmerking genomen dat het hier een kort geding betreft, evenmin gehouden.
Aanbestedingswet 2012 — Artikel 2.163g, lid 1
Artikel 2.163g, lid 1. Een overheidsopdracht kan zonder nieuwe aanbestedingsprocedure als bedoeld in deel 2 van deze wet worden gewijzigd indien de wijzigingen, ongeacht de waarde ervan, niet wezenlijk zijn.
Aanbestedingswet 2012 — Artikel 2.163g, lid 2
Artikel 2.163g, lid 2. Een wijziging van een overheidsopdracht is wezenlijk als bedoeld in het eerste lid, indien de overheidsopdracht hierdoor materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht.
Aanbestedingswet 2012 — Artikel 2.163g, lid 3
Artikel 2.163g, lid 3. Een wijziging van een overheidsopdracht is in ieder geval wezenlijk indien:
Dit antwoord is automatisch door AI gegenereerd op basis van fragmenten uit de Steinlog-index. Het is algemene informatie en geen juridisch advies; het kan onvolledig, onjuist of verouderd zijn en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Controleer altijd de officiële bron en raadpleeg voor een definitief oordeel over uw specifieke situatie een advocaat of aanbestedingsjurist.