Steinlog

Vraag de Wet

Hoe moet een geschiktheids- of ervaringseis in de aanbestedingsstukken worden uitgelegd?

Beantwoord op 2026-07-21

Een geschiktheids- of ervaringseis in de aanbestedingsstukken moet worden uitgelegd zoals een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver deze redelijkerwijs moet begrijpen (ECLI:NL:HR:2020:802). Waar de offerteaanvraag en nota van inlichtingen eisen dat ervaring blijkt uit één relevante referentieopdracht met contractrelatie of Opdrachtgever, telt alleen ervaring die aan die voorwaarde voldoet mee; ervaring daarbuiten blijft buiten beschouwing. De wet (art. 2.92a en 2.93 lid 3 Aw 2012) regelt de inhoud en toelaatbaarheid van dergelijke eisen, maar de uitleg volgt uit de aanbestedingsstukken zelf en de objectieve maatstaf van de behoorlijk geïnformeerde inschrijver.

Bronnen

Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:802 (Evergreen/Gemeente Nijmegen) — ECLI:NL:HR:2020:802, r.o. 3.2.3

ECLI:NL:HR:2020:802, r.o. 3.2.3. [1/2] Deze klacht treft doel. In de hiervoor in 2.1 onder (iv) aangehaalde passage in de offerteaanvraag wordt als bewijs van ervaring de eis gesteld dat de vereiste capaciteit, kennis en ervaring is opgedaan in en blijkt uit “één relevante referentieopdracht (…), die in de afgelopen 3 jaar is uitgevoerd”, en dat de gevraagde kerncompetentie voor deze opdracht, voor zover hier van belang, is een “ZIN-referentie (1 of meerdere referenties met minimaal 5 Cliënten)”, terwijl in de hiervoor in 2.1 onder (v) aangehaalde passage in de nota van inlichtingen wordt uiteengezet dat in geval van een ZIN-referentie “een contractrelatie ofwel Opdrachtgever, zijnde een financier” moet worden opgegeven. Aldus was in het kader van deze aanbesteding voor alle inschrijvers waaronder Evergreen – als behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers – onmiskenbaar dat alleen specialistische-ggz die is verleend op basis van een contractuele relatie als omschreven in de aanbestedingsstukken, in aanmerking zou worden genomen, en dat specialistische-ggz die is verleend buiten een dergelijke contractuele relatie, buiten beschouwing zou worden gelaten. In het licht van h

ECLI:NL:HR:2020:802, r.o. 3.2.3. [2/2] omen, en dat specialistische-ggz die is verleend buiten een dergelijke contractuele relatie, buiten beschouwing zou worden gelaten. In het licht van het vorenstaande kon het hof niet in het midden laten of de Gemeente moet worden gevolgd in haar standpunt dat de bestaande overeenkomst met Evergreen met ingang van 1 januari 2017 niet is verlengd, en kon het hof in dat verband niet volstaan met de overweging dat dit niet zou wegnemen dat de door Evergreen in 2017 verrichte behandelingen (van de patiënten x en y) mogen meetellen als ervaring. Zonder nadere motivering is immers niet begrijpelijk waarom specialistische-ggz die niet is verleend op basis van een contractuele relatie als omschreven in de aanbestedingsstukken, in het kader van deze aanbesteding toch in aanmerking mag worden genomen.

Officiële bron

Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:802 (Evergreen/Gemeente Nijmegen) — ECLI:NL:HR:2020:802, r.o. 3.2.2

ECLI:NL:HR:2020:802, r.o. 3.2.2. Onderdeel IIIA keert zich tegen het oordeel in rov. 5.3 dat ook indien de Gemeente moet worden gevolgd in haar standpunt dat de bestaande overeenkomst met Evergreen met ingang van 1 januari 2017 niet is verlengd, dit niet wegneemt dat de door Evergreen in 2017 verrichte behandelingen (van de patiënten x en y) mogen meetellen als ervaring. Volgens het onderdeel heeft het hof daarmee de ervaringseis aldus uitgelegd dat ook specialistische-ggz die niet heeft plaatsgevonden op basis van een referentieopdracht, in het kader van de aanbesteding in aanmerking mag worden genomen. Die uitleg is zonder nadere motivering onbegrijpelijk, nu in de offerteaanvraag en in de bijbehorende nota van inlichtingen als ervaringseis wordt gesteld dat sprake moet zijn van een “referentieopdracht” en van een “contractrelatie ofwel Opdrachtgever”, aldus de klacht.

Officiële bron

Aanbestedingswet 2012 — Artikel 2.92a, lid 1

Artikel 2.92a, lid 1. Door de aanbestedende dienst te stellen geschiktheidseisen als bedoeld in artikel 2.90, tweede lid, onderdeel b, kunnen onder meer betrekking hebben op de personele en technische middelen en de ervaring waarover de gegadigde of inschrijver moet kunnen beschikken om de overheidsopdracht volgens een passende kwaliteitsnorm uit te voeren.

Officiële bron

Aanbestedingswet 2012 — Artikel 2.93, lid 3

Artikel 2.93, lid 3. Een aanbestedende dienst die als geschiktheidseis stelt dat de gegadigde eerdere opdrachten heeft verricht als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, vraagt op onderdelen van de opdracht naar eerder verrichte vergelijkbare opdrachten en niet naar eerder verrichte opdrachten die gelet op de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de opdracht gelijk zijn.

Officiële bron

Dit antwoord is automatisch door AI gegenereerd op basis van fragmenten uit de Steinlog-index. Het is algemene informatie en geen juridisch advies; het kan onvolledig, onjuist of verouderd zijn en er kunnen geen rechten aan worden ontleend. Controleer altijd de officiële bron en raadpleeg voor een definitief oordeel over uw specifieke situatie een advocaat of aanbestedingsjurist.

Van één vraag naar de hele aanbesteding

Dit was één vraag aan de wet. X-Ray stelt dezelfde vraag aan álle documenten van jouw aanbesteding.

Probeer gratis