Hoe lang duurt het voordat een Nederlandse opdrachtgever een aanbesteding gunt? In de bouw- en ingenieurssector ligt de mediane wachttijd tussen sluitingsdatum en de publicatie van de gunning al tien jaar stabiel tussen de 76 en 85 dagen. Maar dat gemiddelde verhult het echte verschil: per opdrachtgever loopt de mediaan uiteen van 22 dagen (Groningen Seaports) tot 204 dagen (gemeente Barneveld) — een factor negen, voor hetzelfde soort werk.

Een aannemer die de afgelopen jaren meedong naar werk van Groningen Seaports, wist doorgaans binnen 22 dagen na de sluitingsdatum hoe het afliep. Dezelfde aannemer die inschreef bij de gemeente Barneveld wachtte 204 dagen — en dat is de mediaan, dus de helft wachtte nóg langer. Drie weken tegen bijna zeven maanden. Zelfde wet, zelfde soort werk, zelfde verplichte wachttermijn na de beslissing.

Wij legden alle 204.711 aankondigingen die TenderNed tussen 2016 en 2025 publiceerde langs één meetlat: hoeveel dagen zitten er tussen de sluitingsdatum en het moment waarop de markt de gunning te zien krijgt? De uitkomst: het jaartal doet er nauwelijks toe. De opdrachtgever des te meer.

Tien jaar lang dezelfde tachtig dagen

Wie hoopt op een trend — "gunnen gaat steeds trager" of juist "digitalisering maakt het sneller" — komt bedrogen uit. De mediaan voor bouw- en ingenieurswerk (CPV 45 en 71) beweegt zich al een decennium in een smalle band: 76 dagen in 2017, 85 in 2020, 76 in 2022 en 2023, 81 in 2025. Over alle sectoren heen is het beeld even vlak.

Een vlakke lijn is zelden nieuws. Hier wel, want hij verandert de vraag. Als de wachttijd niet door het jaar wordt bepaald, waardoor dan wel? Het antwoord staat hieronder, met naam en toenaam.

Wie laat u het langst wachten?

Voor de periode 2023–2025 rangschikten wij alle opdrachtgevers met minimaal acht gegunde bouw- of ingenieurstrajecten — 79 in totaal. De uitersten:

Traagste Mediaan Snelste Mediaan
Gemeente Barneveld (n=9) 204 d Groningen Seaports (n=11) 22 d
Gemeente Land van Cuijk (n=8) 204 d Gem. Dijk en Waard (n=14) 38 d
Gemeente Huizen (n=8) 199 d Gemeente Waddinxveen (n=9) 42 d
Provincie Noord-Holland (n=9) 148 d North Sea Port (n=10) 42 d
COA (n=8) 147 d Gemeente Meierijstad (n=25) 50 d

Bij de kleinere aantallen past voorzichtigheid: negen trajecten is genoeg voor een mediaan, niet voor een vonnis. Maar het patroon houdt ook stand waar de aantallen groot zijn. Rijkswaterstaat Programma's, Projecten en Onderhoud — met 102 gegunde trajecten verreweg het stevigste cijfer in de ranglijst — zit op 120 dagen. RVO op 129 dagen over 35 trajecten, het Ingenieursbureau van de gemeente Amsterdam op 122 over 24. Dit zijn geen uitschieters van een toevallig taai project; dit is de vaste bedrijfssnelheid van een organisatie.

Opvallend aan de snelle kant: twee havenbedrijven. Groningen Seaports en North Sea Port gunnen in 22 en 42 dagen. Waarom Barneveld en Land van Cuijk 204 dagen nodig hebben, vertelt de data niet — en wij dus ook niet. De data vertelt alleen dát het zo is, en dat het geen incident is.

Wat meten we hier precies?

Eén methodische kanttekening, omdat eerlijkheid over de meetlat belangrijker is dan een strakke kop. Wij meten van sluitingsdatum tot de publicatie van de gunning. In die periode zit de Alcateltermijn — de twintig dagen verplichte standstill tussen gunningsbeslissing en definitieve gunning — plus de administratieve tijd die een organisatie nodig heeft om de aankondiging daadwerkelijk te publiceren. Het cijfer is dus niet "hoe lang denkt een opdrachtgever na", maar "hoe lang duurt het voordat de markt de uitkomst kent". De werkelijke gunningsdatum is voor 2016–2023 in de data vrijwel leeg, dus die kant kunnen we niet op. Voor de vergelijking tussen opdrachtgevers maakt het weinig uit: de standstill is voor iedereen even lang. Wat overblijft, is verschil in werktempo.

Wat kosten 204 dagen?

Voor de opdrachtgever is een trage gunning een agendapunt. Voor de inschrijver is het een kostenpost — drie keer.

Ten eerste de prijs. Wie inschrijft, staat voor zijn prijs zolang de gestanddoeningstermijn loopt. Zeven maanden tussen sluiting en gunningspublicatie betekent zeven maanden waarin die prijs onder druk staat: de termijn moet keer op keer worden verlengd, terwijl staal, onderaannemers en cao-lonen bewegen. Elke calculator die dat risico serieus neemt, prijst het in — en maakt de inschrijving dus duurder dan bij een opdrachtgever die in vijf weken beslist.

Ten tweede de capaciteit. Een aannemer die kans maakt op de opdracht, moet ploegen en materieel beschikbaar houden voor een startdatum die hij niet kent. Capaciteit die klaarstaat voor Barneveld, kan niet verkocht worden aan een ander. In een markt waarin personeel het schaarste goed is, is een halfjaar onzekerheid geen ongemak maar een bedrijfseconomische keuze: meedoen bij een trage gunner betekent elders nee verkopen.

Ten derde de planning zelf. Wie in het voorjaar inschrijft en pas in het najaar hoort dat hij gewonnen heeft, begint in een ander seizoen, met andere leverstromen en soms een andere index. De vertraging van de opdrachtgever wordt stilzwijgend het probleem van de opdrachtnemer.

De les is even simpel als zelden benut: de wachttijd is per jaar onvoorspelbaar, maar per opdrachtgever opvallend voorspelbaar. Wie zijn tenderkalender bouwt, kan er dus mee rekenen — 22 dagen bij de een, 204 bij de ander is geen lot, het is een gegeven. En een gegeven kunt u meenemen in de vraag waarmee elke inschrijving zou moeten beginnen: is deze opdracht, bij déze opdrachtgever, de wachttijd waard?