Hoe vaak wordt de gunningswaarde van een Nederlandse bouwaanbesteding openbaar gemaakt? In 2025 stond bij 53 procent van de gegunde bouw- en ingenieursopdrachten (CPV 45 en 71) op TenderNed een bedrag; over alle sectoren samen was het 46 procent. De andere helft zwijgt. En wíé er zwijgt is geen kwestie van toeval, maar van de opdrachtgever: voor hetzelfde soort werk loopt de openbaarheid uiteen van 0 tot 95,5 procent.

Wie wil weten wat de gemeente Meppel de afgelopen drie jaar aan bouw- en ingenieurswerk heeft gegund, vindt op TenderNed achttien gunningen. Achttien keer een winnaar; achttien keer geen bedrag. Het formulier heeft daar een veld voor. Het bleef achttien keer leeg.

Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving publiceert onder hetzelfde regime, in dezelfde CPV-divisies, in dezelfde jaren. Daar staat bij 95,5 procent van de gunningen wél een waarde. Tussen die twee uitersten ligt de hele Nederlandse aanbestedingspraktijk.

Eerst het brede beeld

Over tien jaar TenderNed-data (2016–2025) schommelt de bekendmaking van gunningswaarden in de bouw ruwweg rond de helft; 2025 sloot af op 53 procent, tegen 46 procent voor alle sectoren samen. De scherpe terugval in 2024 — 35 procent — verdient een eerlijke voetnoot: TenderNed schakelde eind september 2023 over op de Europese eForms-formulieren, en de dip draagt alle sporen van een overgangsverschijnsel, niet van een beleidswijziging. In 2025 veerde het cijfer terug naar het oude niveau. Eén leesregel bij al deze cijfers: een waardeveld dat leeg is of op nul staat, telt als niet bekendgemaakt — een gunning zonder bedrag is geen gratis gunning.

Het interessante zit niet in dat gemiddelde, maar in de spreiding eronder. Wij rangschikten 96 opdrachtgevers met minimaal vijftien bouwgunningen in 2023–2025 op één vraag: staat er een bedrag bij?

Meest zwijgzaam (2023–2025) bedrag bekend Meest transparant (2023–2025) bedrag bekend
Gemeente Meppel (n=18) 0% Rijkswaterstaat WVL (n=22) 95,5%
De Connectie (n=26) 3,8% Gemeente Gorinchem (n=15) 93,3%
Gemeente Arnhem (n=22) 4,5% Gemeente Breda (n=25) 92,0%
Staatsbosbeheer (n=37) 5,4% Ministerie van BZK (n=54) 87,0%
COA (n=112) 6,2% TU Delft (n=44) 84,1%

De grote portefeuilles zwijgen even hardnekkig als de kleine. Het COA maakte bij 6,2 procent van 112 gunningen een bedrag bekend. De gemeente Assen komt bij 144 gunningen — één van de grootste tellers in deze ranglijst — niet boven de 9,7 procent uit. Bij zulke aantallen is "vergeten" geen verklaring meer: één leeg veld kan een slordigheid zijn, nul op achttien is een patroon. En de rechterkolom bewijst dat het gewoon kan — Gorinchem en Breda zijn geen datafabrieken, het zijn gemeenten die hetzelfde formulier invullen als Meppel en Arnhem.

De transparante kant van de ranglijst clustert bovendien per soort bestuur, niet per omvang. Vlak onder de top-vijf staan drie waterschappen bij elkaar: Waterschap Brabantse Delta en Waterschap Zuiderzeeland elk op 82,4 procent (n=34), Waterschap De Dommel op 80,8 procent (n=26). Wie in de watersector inschrijft, weet doorgaans achteraf waarvoor het werk is gegund; wie bij een deel van de gemeenten inschrijft, weet dat vrijwel nooit.

Als er wél een bedrag staat

Er is een tweede, stillere laag. Opdrachtgevers publiceren tegenwoordig veel vaker vooraf een raming: stond die vóór 2022 bij zo'n 10 à 12 procent van de gegunde aanbestedingen in de aankondiging, daarna ging het hard — 23,5 procent in 2023, 38,7 procent in 2024, 40,9 procent in 2025. Goed nieuws — totdat u de gunningswaarden ernaast legt.

In 2024 en 2025 was 14,2 à 14,3 procent van de wél bekendgemaakte gunningswaarden in de bouw exact gelijk aan die vooraf gepubliceerde raming; bij 11 procent ging het bovendien om ronde duizendtallen. En dat samenvallen is geen constante, maar een klim: van 1 à 3 procent vóór 2022, via 6,7 procent in 2022 en 10,7 procent in 2023, naar één op de zeven nu.

Voor de goede orde: een echte winnende inschrijving kán precies op de raming uitkomen. Alleen eindigen echte biedingen zelden op een rond duizendtal, en vóór 2022 bleef dit samenvallen steken op 1 à 3 procent. Lees het cijfer daarom als een bovengrens: ten hoogste één op de zeven "bekendgemaakte" gunningswaarden is vermoedelijk niet de winnende prijs, maar de eigen raming die in het gunningsveld is beland. Wat eruitziet als transparantie, is dan een echo.

Waarom dit ertoe doet

Gunningswaarden zijn het enige publieke ijkpunt voor wat bouw- en ingenieurswerk in Nederland werkelijk kost. Zonder die bedragen calculeert de markt tegen een prijspeil dat ze maar half ziet. Grote bouwers dragen hun eigen archief aan verloren en gewonnen inschrijvingen mee; het mkb, dat per jaar hooguit een handvol aanbestedingen doet, is juist aangewezen op wat er openbaar wordt. De informatieasymmetrie landt dus precies bij de partijen voor wie het aanbestedingsbeleid zegt op te komen.

De scheefgroei heeft bovendien een wrange vorm gekregen. De overheid publiceert steeds vaker wat zij dénkt dat het werk kost — de raming — en nog altijd maar half wat het werk bij gunning kost. De markt leert zo de verwachting kennen, niet de uitkomst. En in een deel van de gevallen wordt de verwachting vervolgens als uitkomst gepresenteerd.

Transparantie blijkt in de praktijk geen eigenschap van het stelsel, maar van de individuele opdrachtgever — en dat is, met tien jaar gunningsberichten naast elkaar, precies te meten. Wie voor het eerst bij een opdrachtgever inschrijft, kan tegenwoordig vooraf weten of hij achteraf iets te weten zal komen.