Wat regelt paragraaf 43a van de UAV 2012 over de bankgarantie? Drie dingen, en alle drie zijn gunstiger voor de aannemer dan de praktijk vaak doet vermoeden: de zekerheid bedraagt 5% van de aannemingssom en wordt gesteld als bankgarantie; na de oplevering (of het einde van de onderhoudstermijn) kunt u haar inruilen voor een kleinere, vervangende zekerheid; en als de opdrachtgever de garantie wil trekken, moet hij dat per aangetekende brief aankondigen — waarna u precies tien werkdagen na de verzending van die kennisgeving heeft om een spoedgeschil bij de Raad van Arbitrage aanhangig te maken. Maar boven dit alles hangt lid 1: de hele paragraaf geldt "tenzij het bestek anders bepaalt". Wie pas op de bouwplaats ontdekt wat het bestek met § 43a heeft gedaan, is te laat.
| § 43a in het kort | Regel |
|---|---|
| Omvang en vorm (lid 3) | 5% van de aannemingssom, als bankgarantie |
| Afroep (lid 4) | aangetekende brief vooraf; trekken mag, tenzij de RvA in een binnen 10 werkdagen gestart spoedgeschil in eerste aanleg anders beslist |
| Looptijd (lid 5) | tot oplevering; bij kleine gebreken tot herstel; bij onderhoudstermijn tot het einde daarvan |
| Vervangende zekerheid (lid 6) | na oplevering inruilbaar voor een kleiner bedrag, redelijkerwijs gekoppeld aan resterende gebreken |
| Geen dubbele zekerheid (lid 7) | geen garantie náást inhouding op de aanneemsom |
| Spiegelrecht (lid 8) | betaalt de opdrachtgever niet, dan mag de áánnemer zekerheid eisen — en anders schorsen of het werk in onvoltooide staat beëindigen |
De remweg van lid 4 — en waarom hij zelden werkt
De bankgarantie onder de UAV is vrijwel altijd een abstracte garantie "op eerste afroep". De Hoge Raad is daar streng over (HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600): de bank betaalt zodra aan de letter van de garantie is voldaan, en alleen bij bedrog of willekeur van de trekkende partij mag zij weigeren. Paragraaf 43a lid 4 schuift daar één contractuele rem tussen: de opdrachtgever kondigt de afroep per aangetekende brief aan, en de aannemer krijgt tien werkdagen om een spoedgeschil te starten. Alleen een andersluidende beslissing van de Raad van Arbitrage — in eerste aanleg — houdt de uitkering dan tegen; het RAW-model voor de bankgarantie sluit hier naadloos op aan.
Wie die rem wil gebruiken, moet weten hoe zelden hij pakt. In het spoedgeschil toetst de arbiter terughoudend: de aannemer moet aannemelijk maken dat de afroep evident ongegrond is, en in de gepubliceerde zaken slaagt dat zelden — de Raad liet in een gepubliceerd spoedgeschil uit 2012 (nr. 33.885) de trekking gewoon doorgaan. De civiele rechter is niet milder: het Hof Den Haag vatte de lijn in 2017 samen als grote terughoudendheid — hangende het geschil mag de begunstigde trekken, "eerst betalen, dan praten" (ECLI:NL:GHDHA:2017:65). En in een Noord-Hollandse schoolbouwzaak (ECLI:NL:RBNHO:2022:6317) was de garantie al lang uitgekeerd terwijl de rechter de vraag of dat terecht was pas ná deskundigenbericht in de bodemprocedure beantwoordde. Het geld beweegt eerst; het gelijk komt jaren later. De tien werkdagen van lid 4 zijn dus geen vangnet maar een wekker: wie de aangetekende brief laat liggen, heeft ook die ene kans verspeeld.
Wat de garantie kost — en wanneer u haar terugvraagt
Een bankgarantie is geen formulier maar beslag op uw financiering: de bank blokkeert het bedrag of uw kredietruimte en rekent een provisie — bij gepubliceerde banktarieven zo'n 1,25% per jaar met dekking tot 1,5% per jaar ten laste van de kredietlimiet, elders in de markt tot 3%. Op een garantie van € 250.000 (5% van een aannemingssom van € 5 miljoen) tikt dat door: na drie jaar is € 9.000 à € 11.000 aan provisie verdampt, nog los van drie jaar gemiste kredietruimte.
Daarom is lid 6 de meest onderschatte regel van de paragraaf: ná de oplevering — of, als het bestek een onderhoudstermijn voorschrijft, na afloop daarvan — hoeft de volle 5% er niet meer te staan. U mag vervangende zekerheid aanbieden voor een bedrag dat redelijkerwijs aansluit bij de gebreken die nog voor uw rekening komen, en de opdrachtgever moet de oorspronkelijke garantie na aanvaarding teruggeven. Wie dat niet actief vraagt, betaalt provisie over een risico dat allang is opgeleverd. Zet de teruggave dus op de opleverkalender, naast de onderhoudstermijn.
In de aanbesteding: het bestek wint — controleer het op dag één
Alles hierboven is geen wet maar een contractuele standaardregeling, die bovendien alleen geldt als de UAV van toepassing zijn verklaard. Het bestek mag afwijken — een hoger percentage, een langere looptijd, een garantie "op eerste schriftelijk verzoek" zonder RvA-rem — en precies daar botst de bestekschrijver op het aanbestedingsrecht. De Gids Proportionaliteit (voorschrift 3.5 D) verbiedt zekerheid die niet samenhangt met de uitvoeringsrisico's, plafonneert haar op 5% van de opdrachtwaarde (behoudens de uitzondering voor vooruitbetaling), en verbiedt dubbele zekerheden én de cessie van verzekeringspenningen. Afwijken mag alleen deugdelijk gemotiveerd; een kale eis van 10% is disproportioneel. Maar die bezwaren werken alleen vóór de sluiting, via de nota van inlichtingen — wie inschrijft, aanvaardt het bestek.
En de garantie kan een inschrijving ook aan de vóórkant breken. In december 2025 verklaarde de Haagse voorzieningenrechter een inschrijving ongeldig omdat de kosten van de bankgarantie voor de onderhoudstermijn niet waren ingeprijsd (ECLI:NL:RBDHA:2025:27660) — herstel zou de bieding wijzigen, dus uitgesloten. Al in 2019 sneuvelde een bieder die de voorgeschreven bereidverklaring van zijn bank niet bij de inschrijving had gevoegd: op straffe van uitsluiting voorgeschreven, dus geen herstel mogelijk. Sinds 1 april 2025 geldt overigens de "UAV 2012 (versie 2025)" — de Wkb-reparatie schrapte § 12 leden 1 en 2, maar § 43a bleef ongewijzigd.
De checklist is daarmee kort. Bij het openen van het bestek: wijkt het af van § 43a — percentage, vorm, looptijd, de RvA-rem — en is die afwijking gemotiveerd? Zo nee: een vraag voor de nota van inlichtingen. Bij het calculeren: provisie én kredietbeslag over de hele looptijd inprijzen, inclusief onderhoudstermijn. Bij oplevering: vervangende zekerheid aanbieden en de teruggave agenderen. En als ooit de aangetekende brief komt: de tien werkdagen lopen vanaf de verzending, niet vanaf het moment dat u hem leest. Een bestekregel die § 43a stilletjes wegschrijft, is precies het soort eis dat u op dag één boven water wilt hebben — niet in week vier. Dat opsporen is het werk dat Steinlog automatiseert.
Steinlog